Dag 3: Havana dag 2

Vandaag hebben we een kort dagprogramma. Tenminste, als je niet voor de middag de optionele salsa-cursus hebt geboekt. We moesten ons pas om half elf te melden voor de rit met de zogenaamde ‘Coconut-taxi’ via El Barrio Chino (Chinatown) naar een kunstenaars-gemeenschap. De Coconut-taxi’s zijn een soort tuk-tuks met een gele fiberglas body die inderdaad wel wat weg heeft van een kokosnoot met een aandrijving van Piaggio die ze waarschijnlijk ook in de Piaggio APE gebruiken.

De Chinese gemeenschap in El Barrio Chino vindt zijn oorsprong in 1847. Toen arriveerden de eerste slaven uit de Chinese provincie Kanton, om in Cuba mee te werken op de suikerplantages. Maar later kwamen er ook een heleboel Chinese immigranten, op de vlucht voor de discriminatie in California, aan in Cuba. Op zijn hoogtepunt telde de Chinese gemeenschap 130.000 leden. Helaas hebben we weinig van de Chinese gemeenschap gezien want we scheurden er met een rotvaart doorheen.

Marcel had al een aantal dagen last van verstopping, en tijdens de uitleg van Mabel werd er ineens dringend geklopt. Helaas duurde het proces veel langer dan normaal, dus de groep was al vertokken. Er was een Coco met chauffeuse voor ons blijven wachten, dus konden we achter de groep aan. Onze bestuurster deed daverend haar best, en zo snel als het verhikel maar wilde rijden vlogen we door de stad. Helaas was de rondleiding door de kunstenaars-gemeenschap zo goed als afgelopen, maar we hebben nog wel even rond kunnen lopen om de kunstwerken te bewonderen.

In deze kunstenaarsgemeenschap was ook een kerk van de Santería religie. De religie is een samensmelting van hoofdzakelijk rooms-katholicisme en de Yorùbáreligie, de traditionele verering van de orisha's door de Yorùbá. Vooral in de Afro-Cubaanse gemeenschap viert de religie hoogtij, maar tegenwoordig zijn niet alleen Afro-Cubanen ingewijd in de santería maar vaak ook gekleurde en witte Cubanen en Porto Ricanen. Veel elementen van de religie zijn in de loop der tijd verweven geraakt met het dagelijkse leven. Na het inwijdingsritueel zal de nieuwe aanhanger een jaar lang in het wit gekleed gaan, als het ware een zuiverende overgangsperiode.

Nadat iedereen genoeg had gezien was het weer tijd om onze Coco op te zoeken en te vertrekken. Onze chauffeuse heeft van Mabel de fooi voor alle Coco-bestuurders gekregen.

En de groep Coco's gaat op weg terug naar het hotel.

In de middag hebben we met de hop-on hop-off bus een rit door de stad gemaakt. Wat opvalt is dat de mooist gerestaureerde amerikaanse klassiekers bijna altijd een taxi zijn.
De originele motor is reeds lang geleden vervangen door een Russische dieselmotor. Je hoort dus geen diep grommende V8 maar een luid nagelende diesel.

We rijden de boulevard op. De hoge hotels worden afgewisseld door oude laagbouw. Zo hier en daar is men druk bezig met de restauratie. Hier wordt een complete voorpui vervangen.

Heel bijzonder zijn de wegafzettingen in geval van een reparatie aan het wegdek. Omdat men niet de beschikking heeft over pylons of hekjes wordt simpelweg het uitgehakte asfalt op het wegdek achtergelaten totdat het gerepareerde gedeelte geschikt is om overheen te rijden. In sommige gevallen wordt een rood-wit gespoten afgedankte autoband neergezet voor extra zichtbaarheid.

Het ene hotel is nog hoger en grootser dan de andere.

Dit zijn de tribunes van de renbaan. Het bovendek van de bus is goed bezet. Beneden zit slechts een handvol mensen.

Onderdeel van de bus-toer is een bezoek aan het plein van de revolutie. Van verre zie je het monument boven alles uit steken.

Het plein van de revolutie is enorm groot, en werd vroeger meerdere malen gebruikt voor de soms urenlange toespraken van Fidel Castro.
Aan de ene zijde van het plein staat het Martí monument, dat 109 meter hoog is en dat van bovenaf gezien de vorm heeft van een ster. Voor de toren staat een standbeeld van José Martí, een van de leiders tijdens de Cubaanse onafhankelijkheidsoorlog en tevens een gewaardeerd dichter en schrijver. Tegenwoordig wordt hij gezien als Cuba's belangrijkste nationale held.

Achter het Martí monument staat het hoofdkantoor van de Cubaanse regering en communistische partij.

Tegenover het monument aan de andere zijde van het plein staan de kantoren van het ministerie van binnenlandse zaken en van het ministerie van communicatie. Op deze twee gebouwen zijn in staal de gezichten van twee van de meest belangrijke helden van de Cubaanse revolutie te zien: Che Guevara, met de tekst "Hasta la Victoria Siempre" (Tot de eeuwigdurende overwinning) en Camilo Cienfuegos, met de tekst "Vas bien, Fidel" (Je doet het goed, Fidel). Rond het plein zijn ook diverse culturele instanties gehuisvest.

Het vervoer van de Cubanen is bijzonder te noemen. Het aangewezen vervoer is de bus, maar over het algemeen zijn er niet genoeg bussen om alle mensen te vervoeren. De oudste bussen worden vaak gebruikt als schoolbus om de leerlingen van en naar de school te vervoeren.

Aangezien de bussen vaak overvol zitten gaan veel Cubanen liften. Als je met je privé auto rijdt dan ben je verplicht om lifters mee te nemen. Desondanks kan het erg lang duren voordat je een lift hebt gevonden. De lifters zijn verplicht om de chauffeur een vast bedrag per kilometer te betalen.

Het heeft natuurlijk voordelen om een eigen auto te bezitten want dan weet je in ieder geval dat je op tijd op je werk bent. Tenminste .... als je een pomp hebt gevonden waar benzine geleverd is. En dan nog krijg je slechts een beperkt aantal liters benzine want al die anderen hebben ook benzine nodig.....

Voor de toeristen is het natuurlijk een stuk makkelijker. Je neemt een touringcar, of een van de vele klassieker-taxi's. Voor de zakelijke reiziger zijn er de gele taxi's. Dat zijn over het algemeen grote Renaults of de Lada Vesta. De laatste heeft een verassend modern uiterlijk, wat te danken is aan het feit de Vesta is gebouwd op het nieuwe Lada B/C-platform, ontwikkeld door technici van AvtoVAZ en Renault-Nissan.
De gele Renault of Lada taxi's worden in principe aangeschaft door de regering, en de chauffeur of het taxibedrijf pacht c.q. leased de wagen voor een flink aantal CUCs per maand, en daar komen de kosten voor onderhoud en reparaties nog bij. Voor één taxi-chauffeur is dat dus heel erg hard werken om rond te komen, dus worden de taxi's vaak door meerdere chauffeurs gedeeld of zitten in de pool van een taxibedrijf, zodat de auto eigenlijk altijd met klanten onderweg is of op weg naar een klant. De ritprijs wordt voldaan in CUC, dus het is geen wonder dat bijna alleen buitenlanders gebruik maken van deze gele taxi's.

Halverwege de route bleek de route geblokkeerd te zijn. Okeeeee ... dan maar een detour. Er werd welk gewaarschuwd voor de laaghangende takken en electriciteitskabels.
Want als je op het verkeerde moment gaat staan dan blijf je hangen, en kan je raar op het asfalt terecht komen. (Zie de kabel op de rechterfoto.)

Een paar straten verder wordt de reden van de omleiding duidelijk: Er is een demonstratie aan de gang.

De busroute voerde ook langs een van de treinstations van Havana. Wat hier vooral opvalt is de afwezigheid van treinen, en de hoge mate van verval van het station. Vanwege lage snelheiden van de treinen door het gebrekkig onderhouden spoor en de onbetrouwbaarheid van de oude Russiche locomotieven maken maar heel weinig Cubanen gebruik van de trein. Er wordt nog wel wat goederen vervoerd, maar het is duidelijk dat het spoor in Cuba in een neerwaardse spiraal zit en op deze manier snel gaat verdwijnen.

Na nog een rondje door de binnenstad en een keer overstappen vinden we het welletjes en lopen terug naar ons hotel. We hebben voor de 10 CUC een mooie busrit van drie uur gehad.